Een meerderheid van de arbeiders (80 procent) vindt een gelijk statuut rechtvaardig. Zij hebben dan ook het meeste te winnen bij een gelijkschakeling. Bij de bedienden vindt 60 procent een gelijkschakeling rechtvaardig. Toch zijn beide partijen weinig bereid tot toegevingen.
Ruim 60 procent wil dat de kost van de gelijkschakeling integraal door de werkgevers en de overheid gedragen wordt. Dit in tegenstelling tot de werkgevers (40 procent), die verwachten dat alle partijen hun duit in het zakje doen.
Kmo’s stellen zich een stuk harder op dan de grote bedrijven. Bijna de helft van de kmo’s stelt dat werknemers door het eenheidsstatuut aan rechten moeten inboeten (43 procent), terwijl opvallend minder grote bedrijven (36 procent) deze mening toegedaan is.
Opzegtermijnen
Over verschillende aspecten van het eenheidsstatuut, zoals de uitbetaling van lonen en vakantiegeld, zijn werknemers en werkgevers het eens. De eenmaking van de opzegtermijnen is het grootste struikelblok.
Werknemers hebben weinig begrip voor het standpunt van de werkgevers om de opzegtermijnen naar beneden te herzien. Opvallend is dat ongeveer de helft van de bedrijven het niet nodig acht dat de opzegtermijnen en proefperiode van arbeiders en bedienden gelijk moeten zijn.
Carensdag
Een meerderheid van arbeiders én bedienden (57 procent) is voor het afschaffen van de carensdag. De helft van de kmo’s pleit voor het behoud van de carensdag, die desnoods ook moet gelden voor bedienden. Vooral kmo’s (41 procent) vrezen dat het betalen van loon vanaf de eerste dag ziekte aan zowel arbeiders als bedienden voor hen onbetaalbaar wordt.
Misschien nog het meest opvallend is dat een meerderheid (ruim 60 procent) van de ondervraagde werknemers en werkgevers niet gelooft in de haalbaarheid van het eenheidsstatuut tegen de door het Grondwettelijk Hof vooropgestelde deadline van juli 2013.