Wanneer VDAB een werkinlevingsplaats aanbiedt, is de jongere verplicht daarop in te gaan. De werkinleving kan allerlei maatregelen omvatten: van opleidingen en trainingen tot korte stages bij verschillende bedrijven. Het project kan 12 tot 18 maanden duren, afhankelijk van de specifieke situatie waarin de werkzoekende zich bevindt.
Omdat jeugdwerkloosheid vooral een stedelijk fenomeen is, zeker bij jongeren zonder diploma, werkt de Vlaamse overheid samen met de 13 Vlaamse centrumsteden. Die konden, via een oproep bij het ESF-Agentschap Vlaanderen (Europees Sociaal Fonds), projecten indienen om de jeugdwerkloosheid in hun stad aan te pakken. Intussen werden de eerste projecten goedgekeurd voor 11 centrumsteden: Aalst, Brugge, Genk, Hasselt, Kortrijk, Leuven, Mechelen Oostende, Roeselare, Sint-Niklaas en Turnhout. In die steden start de VDAB op 1 februari 2013 met de toeleiding.
De oproep voor Antwerpen en Gent werd op vraag van beide steden met een maand verlengd, omdat zij zelf ook meer de regiefunctie van de projecten willen uitoefenen. Op 1 maart 2013 kan de VDAB dus ook daar werkzoekenden opnemen in een werkinlevingsproject.
“De werkinleving is het eerste onderdeel van onze maatregelen voor jongeren zonder diploma: gericht op de steden, op maat van het individu en met een klemtoon op werkervaring. Daarna volgen de instapstages. Dan krijgt de werkzoekende een vervroegde wachtuitkering en kunnen jongeren zonder diploma secundair onderwijs in heel Vlaanderen deelnemen. En als sluitstuk is er de Individuele Beroepsopleidingen (IBO’s). Ik ben ervan overtuigd dat we met die set van maatregelen een doeltreffend pakket hebben voor de begeleiding van jonge werkzoekenden, waarbij werkervaring en maatwerk centraal staan”, zegt Philippe Muyters, Vlaams minister van Werk (N-VA).