De vertraging van de economie is duidelijk te zien in de cijfers. Vorige herfst liep het stijgingsritme gestaag op van plus 8 procent in september over plus 9,9 procent in oktober tot plus 11,2 procent in november 2012. In december 2012 (plus 9,4 procent) vertraagde het stijgingsritme en ook in januari 2013 nam de werkloosheid minder snel toe (plus 5,7 procent).
Door het banenverlies in de industrie steeg vooral de mannelijke werkloosheid (plus 9,8 procent). De tertiaire en quartaire sector waarin meer vrouwen werken, bieden beter weerstand aan de crisis: de vrouwelijke werkloosheid steeg op jaarbasis met amper 1,2 procent. Door deze ongelijke evolutie loopt het aandeel van de mannelijke werkzoekenden ondertussen op tot 54,5 procent.
Niet alleen de mannelijke werkloosheid blijft stijgen, ook bij jongeren is dat het geval. In vergelijking met een jaar geleden, is de jeugdwerkloosheid gestegen met 10 procent. De krimpende vacaturemarkt en de teruglopende uitzendactiviteit remmen de jongeren af in het vinden van een (eerste) baan. De 25- tot 50-jarigen stijgen met 8,4 procent.
Alleen bij de 50-plussers is er goed nieuws. Het aantal werklozen in die leeftijdsgroep ligt 3,8 procent lager dan vorig jaar. De leeftijdsgrens voor activering schoof recent op tot 58 jaar.
De vrij ingeschreven werkzoekenden kennen de grootste stijging in vergelijking met de cijfers van januari vorig jaar (plus 13,2 procent). Deze groep omvat onder meer herintreders, werknemers in vooropzeg die tijdens de opzeg niet moeten werken en migranten die niet in aanmerking komen voor een werkloosheidsuitkering of leefloon.