Die situatie is de afgelopen jaren met een reeks maatregelen bijgestuurd. De uitkeringen zijn niet verlaagd, maar wie werkt, houdt nu netto meer over. De belastingvrije som is verhoogd. Extra uitkeringen blijven nog even doorlopen voor wie gaat werken. En er is gesleuteld aan de aanvullende uitkering voor wie een deeltijdse laagbetaalde baan heeft.
Meer opbrengst bij voltijds werken
In de studie worden simulaties opgesteld van het netto gezinsinkomen bij niet-werk en bij werk voor verschillende typegezinnen. Alle typegezinnen in de simulaties realiseren anno 2008 een behoorlijke tot goede meeropbrengst bij de overgang van werkloosheid en leefloon naar een voltijdse tewerkstelling. De relatieve meeropbrengsten bij werk op niveau van het minimumloon variëren van 10 tot 45 procent na werkloosheid en van 21 tot 70 procent na leefloon.
Wie overstapt van werkloosheid naar voltijds werk met een laag loon, houdt dus 140 tot 430 euro meer over per maand. Wie overstapt van een leefloon naar voltijds werk, houdt 270 tot 470 euro meer over.
De onderzoekers kunnen in hun simulaties echter geen rekening houden met de kosten van het gaan werken (verplaatsing, kledij), met de kinderopvang die dan duurder wordt, met het verlies van het sociaal telefoon-, gas- en elektriciteitstarief, met aanvullende uitkeringen van het OCMW, of met de hogere huur van een sociale woning.
Halftijds werk dramatisch
De overstap van werkloosheid of leefloon naar deeltijds (halftijds) werk, blijft echter in bijna alle gevallen problematisch. Dat komt veel voor: in laagbetaalde beroepen zoals de schoonmaak, worden alleen deeltijdse banen aangeboden. En met een eenoudergezin is het vaak moeilijk om voltijds te werken.
Na werkloosheid stijgt het inkomen met 8 tot 22 procent bij tewerkstelling tegen het minimumloon. Na een leefloon realiseren paren slechts een meeropbrengst van twee procent. Er is wel de inkomensgarantie voor deeltijds werkenden, maar voor wie uit de werkloosheid komt, levert dat maar 70 tot 160 euro per maand meer op, voor leefloners tot 200 euro per maand. Dat verschil is klein. En hogere lonen helpen niet, want dan zakt de inkomensgarantie.
Alleenstaanden niet verbeterd
De onderzoekers zeggen dat de toestand in de periode 1999-2008 over heel de lijn verbeterd is door het geheel van beleidsmaatregelen, behalve voor de alleenstaanden die vanuit werkloosheid naar werken overstappen. Voor hen is het verschil kleiner geworden, omdat de uitkeringen voor hen verbeterd zijn, maar volgens de onderzoekers is voor hen het verschil toch nog voldoende groot.
Bron: ‘Bestaan er nog financiële vallen in de werkloosheid en in de bijstand in België?’, Kristel Bogaerts, Centrum voor Sociaal Beleid; De Standaard; Trends