Geen bedenktijd
De advocaten legden de bediende tijdens het verhoor vervolgens een (vooraf opgemaakte) dadingsovereenkomst voor, waarin vermeld stond dat de arbeidsovereenkomst van de bediende in onderling akkoord werd beëindigd. De bediende kreeg geen bedenktijd en stemde, in die omstandigheden, uiteindelijk in met de ondertekening van de voorgeschotelde overeenkomst. Hierdoor kwam er, met onmiddellijke ingang en zonder enige vergoeding, een einde aan de arbeidsovereenkomst van de bediende en dit na een onberispelijke staat van dienst van dertien jaar.
Na de ondertekening van de dadingsovereenkomst werd de bediende onder begeleiding van één van de advocaten naar zijn bureau gebracht, waar hij zijn persoonlijke spullen diende te verzamelen. Vervolgens kreeg de bediende de opdracht om – opnieuw vergezeld van één van de advocaten en de echtgenote van de zaakvoerder – met de wagen naar huis te rijden om de ‘gestolen gegevens’ (namelijk een print van enkele loongegevens) terug te geven.
Na enkele weken betwistte de bediende per aangetekende brief de geldigheid van de door hem ondertekende dadingsovereenkomst en de daarin opgenomen beëindiging in onderling akkoord. De bediende argumenteerde dat deze overeenkomst was aangetast door ‘wilsgebreken’, meer bepaald door geweld en bedrog in hoofde van de werkgever.
Opzeggingsvergoeding en kosten
De arbeidsrechtbank te Kortrijk volgde de stelling van de bediende. In een recent vonnis van 11 juni 2009 achtte de arbeidsrechtbank de dadingsovereenkomst nietig, omdat de wilsuiting van de bediende niet rechtsgeldig was gebeurd – aangezien ze aangetast was door ‘wilsgebreken’.
De arbeidsrechtbank oordeelde dat de bediende in normale omstandigheden (d.w.z. zonder de uitgeoefende morele dwang en zonder bedrog) niet zou hebben ingestemd met de voorgestelde overeenkomst, zodat er van een beëindiging van de arbeidsovereenkomst in onderling akkoord geen sprake kon zijn. De werkgever – die volgens de rechtbank zijn boekje te buiten was gegaan – werd veroordeeld tot betaling van een opzeggingsvergoeding overeenstemmend met vijftien maanden loon, vermeerderd met interesten en een flinke rechtsplegingsvergoeding.
Arbeidsrechtbank Kortrijk, afdeling Kortrijk, 11 juni 2009, A.R. 07/72073/A, onuitg.