Eerst de bijsluiter: we kunnen deze soort enquêtes beter met een stevige korrel sel de Guérande nemen. Toch zet dit exemplaar aan tot denken. Het ‘Global State of Managers’-onderzoek van Kronis The Workforce Institute en Future Workplace ontlokte een reactie bij ruim 3000 werknemers uit Australië, Canada, Frankrijk, Duitsland, India, Mexico, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. Zij konden hun leidinggevenden scoren (A, B, C, D of F) op vijf factoren: communicatie, competentie, empowerment, professionele ontwikkeling en ondersteuning. De grote meerderheid van de respondenten (71 procent) is best tevreden met zijn leidinggevende. Niettemin beweren bijna zeven op tien (69 procent) dat ze het zelf beter zouden doen.
Vooral jonge werknemers schatten hun eigen leiderschapskwaliteiten (te) hoog in. Zo zegt 73 procent van de millennials en 70 procent van de generatie Z dat zij het beter zouden doen dan hun leidinggevende. Het merendeel buist zijn leidinggevende als coach en voor het ondersteunen van het evenwicht werk-privé. Minstens een op drie respondenten zegt dat zijn leidinggevende ondermaats scoort op het ondersteunen van het evenwicht werk-privé (37 procent), omgaan met prestatiegerelateerde problemen (33 procent) en communicatie (33 procent). Vooral oudere werknemers oordelen strenger over hun manager: 38 procent geeft zijn manager een score C,D of F voor hun people management-vaardigheden.
Overigens vestigt de enquête nog maar eens de aandacht op het belang van een goede relatie tussen werknemer en leidinggevende in functie van retentie. Zeven op tien respondenten stellen dat de relatie met hun leidinggevende een bepalende factor is in de beslissing om het bedrijf al dan niet te verlaten.
Bron: HR Executive/HRnews